Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
de portiekdeur gaat openwippen”. Zijn telefoon straalt op dat moment zendmasten aan in de nabijheid van de woning aan [adres 1] . De telefoon van [medeverdachte] straalt even later, om 23.06 uur, eveneens een zendmast in de omgeving van de woning aan [adres 1] aan. Om 23.23 uur verzendt verdachte via zijn telefoon een foto van een Louis Vuitton-toilettas. De toilettas op de foto lijkt erg op de toilettas die bij de inbraak is weggenomen. Om 00.30 uur, nadat de inbraak is ontdekt, is er opnieuw telefonisch contact tussen verdachte en [medeverdachte] . Tijdens dit gesprek vraagt [medeverdachte] aan verdachte: “
He, heb ik een pakje sigaretten in de auto achtergelaten? (…) Is die andere man al weg? Bel hem en vraag het aan hem want anders dan heb ik het in de klote woning achtergelaten.
Dan is het in de woning gevallen”. De rechtbank leidt uit dit gesprek af dat [medeverdachte] kort daarvoor in de woning aan [adres 1] is geweest. Alle voornoemde omstandigheden in onderling verband beschouwd leiden naar het oordeel van de rechtbank tot de conclusie dat verdachte de inbraak tezamen met een ander heeft gepleegd.
stillsen bewegende beelden) in het dossier voldoende duidelijk en helder zijn om een gezichtsherkenning op te kunnen baseren, of er met andere woorden voldoende gezichtskenmerken te zien zijn om een herkenning mogelijk te maken.
5.Bewezenverklaring
- een vuurwapen aan voornoemde [aangever] en [getuige] heeft getoond en met voornoemd vuurwapen in de richting van voornoemde [aangever] en [getuige] heeft gezwaaid en
- met voornoemd vuurwapen vanuit voornoemde woning via een openstaand raam naar buiten heeft geschoten;
- 6 (designer) schoenen en
- een televisie (merk Samsung) en
- 5000 euro en
- 4 (winter)jassen (merk Zara, Canada Goose en Woolrich) en
- een toilettas (merk Louis Vuitton) en
- paspoorten ten name van [persoon 3] en [persoon 4] ,
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Onttrekking aan het verkeer
10.Het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
12 (twaalf) maanden.
(zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 4 (vier) maanden (120 (honderdtwintig) dagen), met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis is doorgebracht die resteert na de aftrek van de hiervoor genoemde gevangenisstraf (72 (tweeënzeventig) dagen), bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.