ECLI:NL:RBAMS:2017:1833
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Uitstel van voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende recidivebeperking
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 maart 2017 de vordering van de officier van justitie tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van een veroordeelde die een gevangenisstraf van zes jaar uitzit. De vordering was gebaseerd op het feit dat veroordeelde zich tijdens detentie ernstig heeft misdragen en niet bereid is mee te werken aan interventies die het recidiverisico moeten beperken.
Uit het reclasseringsadvies en het v.i.-advies van de Penitentiaire Inrichting bleek dat veroordeelde niet gemotiveerd is om de noodzakelijke interventies te volgen en dat hij bijzondere voorwaarden bij de v.i. niet zal naleven. De rechtbank concludeerde dat het stellen van voorwaarden onvoldoende is om het recidiverisico te beperken.
Hoewel veroordeelde meerdere disciplinaire straffen heeft gekregen, achtte de rechtbank dit op zich geen reden voor uitstel, mede omdat deze incidenten van langer geleden zijn. De rechtbank vond het echter onverantwoord om veroordeelde nu in vrijheid te stellen gezien zijn houding en het hoge risico op recidive.
De rechtbank besloot daarom de vordering tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor de duur van 365 dagen toe te wijzen, zodat veroordeelde de kans krijgt om tijdens detentie alsnog aan interventies te werken en zijn recidiverisico te verminderen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de voorwaardelijke invrijheidstelling uit voor de duur van 365 dagen vanwege onvoldoende beperking van het recidiverisico.