Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- € 26.500,- in het dashboardkastje van de auto. Verdachte heeft over dit geldbedrag verklaard dat het geld van iemand anders is en dat hij dit geld weg moest brengen. Verdachte heeft echter niets willen verklaren over de persoon van wie het geld zou zijn. Deze verklaring kan daarom niet gecontroleerd of geverifieerd worden;
- € 194.990 in een plastic Albert Heijntas achter de bijrijdersstoel waarover verdachte heeft verklaard dat hij ook dit geld van die persoon weg moest brengen, maar dat hij niet wist dat het om zo’n groot geldbedrag ging. De rechtbank acht het echter onaannemelijk dat iemand een dergelijk groot geldbedrag in de auto van verdachte heeft gelegd zonder tegen hem te zeggen om hoeveel geld het gaat. Zelfs indien de verklaring van verdachte wordt gevolgd geldt dat hij een contant geldbedrag van enige omvang in een plastic tas heeft aangenomen om weg te brengen, kennelijk zonder daarover enige vraag te stellen. € 3.550,- in een laptoptas achterin de auto. Verdachte heeft verklaard dat dit geld van hem is;€ 10.000,- in Peruaanse Sol in de woning van verdachte. Nu niemand anders dan verdachte een sleutel van zijn woning heeft en hij daar alleen woont wordt aangenomen dat verdachte weet moet hebben gehad van de Peruaanse Sol in zijn woning;
- Verder blijkt dat verdachte een BMW met [kenteken] ter waarde van € 22.500,- heeft gekocht waarvan hij € 10.000,- contant heeft betaald. Dit is de auto waarin verdachte uiteindelijk is aangehouden.
- Ook heeft verder een motorfiets gekocht er waarde van € 14.782,76 waarvan hij € 5.000,- contant heeft betaald.
5.Bewezenverklaring
bijlage Ivervatte bewijsmiddelen en de in
rubriek 4.3.2.vervatte bewijsoverwegingen bewezen dat verdachte
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 63, 321 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 Opiumwet.
11.Beslissing
Handelen in strijd met artikel 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod
Witwassen
verduistering
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
6 (zes) maanden.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
120 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.
- Verklaart verbeurd de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder nummer
- Verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder nummer
- Gelast de teruggave aan [verdachte] van de voorwerpen genoemd op de aangehechte beslaglijst onder de nummers