ECLI:NL:RBAMS:2017:1563
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepkwekerij
De rechtbank Amsterdam heeft op 10 maart 2017 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, die eerder veroordeeld was voor het telen van hennep en diefstal.
De officier van justitie vorderde een bedrag van €9.949,06 als ontnemingsbedrag, gebaseerd op een ontnemingsrapport dat uitging van opbrengsten van 56 hennepplanten per oogst, twee oogsten, en een gemiddelde verkoopprijs. De verdediging stelde een lager bedrag voor, met aftrek van energiekosten, huur en investeringskosten.
De rechtbank achtte de door verdachte opgegeven opbrengsten niet aannemelijk en volgde het ontnemingsrapport voor de opbrengsten. Wel achtte de rechtbank het redelijk om de volledige investering van €3.000,00 en de huurkosten van de woning (€2.463,18) af te trekken, maar verwierp de aftrek van energiekosten omdat verdachte deze niet had betaald.
Na aftrek van variabele kosten kwam de rechtbank tot een ontnemingsbedrag van €5.085,88, dat aan verdachte wordt opgelegd te betalen aan de Staat. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €5.085,88 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.