Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2017:1561

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2017
Publicatiedatum
13 maart 2017
Zaaknummer
13/703309-15
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22g lid 3 SrArt. 22h Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis

Op 2 juni 2016 werd veroordeelde door de meervoudige strafkamer te Amsterdam veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur, met vervangende hechtenis van 40 dagen bij niet-naleving. Tevens werd een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand omgezet in een taakstraf van 60 uur met vervangende hechtenis van 30 dagen.

Het Openbaar Ministerie beval op 1 december 2016 de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis wegens het niet verrichten van de taakstraf. Veroordeelde diende daarop een bezwaarschrift in, stellende dat hij door psychische problemen, medicatiegebruik en gebrek aan vervoersmiddelen niet in staat was de taakstraf uit te voeren, maar nu gemotiveerd is dit alsnog te doen.

Tijdens de zitting op 24 februari 2017 werd door de advocaat van veroordeelde benadrukt dat detentie zijn zorg en dagbesteding zou verstoren, hetgeen onwenselijk is. De officier van justitie steunde het bezwaarschrift. De rechtbank oordeelde dat ondanks het niet aanvatten van de taakstraf aannemelijk is dat veroordeelde deze alsnog naar behoren zal uitvoeren binnen de gestelde termijn.

Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard, het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis ongedaan gemaakt en veroordeelde een nieuwe kans geboden om de taakstraf van 140 uur te voltooien binnen twaalf maanden, met een vervangende hechtenis van 70 dagen als sanctie bij niet-naleving.

Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en het bevel tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wordt ongedaan gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/703309-15
BESLISSING
op het d.d. 23 januari 2017 op de griffie van deze rechtbank ingediende bezwaarschrift ex artikel 22g, lid 3 van het Wetboek van Strafrecht van:
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , [plaats] .

1.Inleiding

Op 2 juni 2016 is [veroordeelde] door de meervoudige strafkamer te Amsterdam veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf. Deze taakstraf bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van tachtig (80) uren. De meervoudige strafkamer heeft bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van veertig (40) dagen. Daarnaast heeft de meervoudige strafkamer bij voornoemd vonnis de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één (1) maand toegewezen en in plaats daarvan gelast een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van zestig (60) uren, met bevel dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van dertig (30) dagen.
Het Openbaar Ministerie heeft op 1 december 2016 de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis bevolen en hiervan aan [veroordeelde] kennis gegeven. De kennisgeving van dit bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis is op 30 december 2016 aan [veroordeelde] betekend.

2.Inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen het door het Openbaar Ministerie gegeven bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en strekt tot ongedaanmaking daarvan. Een kopie van het bezwaarschrift is aan deze beschikking gehecht. De inhoud van het bezwaarschrift geldt als hier ingevoegd.

3.Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • voormeld vonnis;
  • een rapport van de Reclassering Nederland d.d. 7 november 2016, waarin de werkstraf als mislukt aan het Openbaar Ministerie wordt geretourneerd en waaruit blijkt dat [veroordeelde] 0 van de 140 uur heeft gewerkt;
  • voormelde kennisgeving van het bevel tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis;
  • voormeld bezwaarschrift van [veroordeelde] .
De rechtbank heeft op 24 februari 2017 ter openbare terechtzitting gehoord de officier van justitie, mr. S.M. van der Veen, veroordeelde [veroordeelde] en diens raadsvrouw,
mr. F. Bogaerts, advocaat te Amsterdam.
[veroordeelde] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij door een samenloop van omstandigheden de werkstraf niet heeft uitgevoerd. Zo zat hij psychisch in een dip, moet hij dagelijks medicijnen nemen en heeft hij geen geld voor vervoer naar het werkstrafproject. Inmiddels gaat het beter met hem en is hij gemotiveerd om alsnog de werkstraf uit te voeren.
De raadsvrouw van [veroordeelde] heeft ter terechtzitting aangevoerd dat er zwaarwegende belangen zijn om de taakstraf niet om te zetten in hechtenis. [veroordeelde] is medicatietrouw, hij heeft dagbesteding, zorg en begeleiding, een uitkering en er zijn geen contacten meer geweest met politie en/of justitie. Door een detentie van 70 dagen zou dit alles worden doorkruist. Dit is onwenselijk en daarom moet [veroordeelde] een tweede kans krijgen om de werkstraf uit te voeren, aldus de raadsvrouw.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd, gelet op voornoemde persoonlijke belangen, het bezwaarschrift gegrond te verklaren.

4.Beoordeling

Het bezwaarschrift is ontvankelijk.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter openbare terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat, hoewel [veroordeelde] niet met de bij bovengenoemd vonnis opgelegde taakstraf is aangevangen, aannemelijk geworden is dat hij alsnog de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn. Gelet op de hiervoor genoemde persoonlijke belangen is de rechtbank van oordeel dat aan [veroordeelde] opnieuw een kans moet worden geboden om de taakstraf te verrichten.
Op grond hiervan dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard met dien verstande dat het bevel tenuitvoerlegging vervangende hechtenis ongedaan gemaakt wordt en dat de veroordeelde zijn bij voornoemd vonnis opgelegde taakstraf kan uitvoeren.
Gezien artikel 22h van het Wetboek van Strafrecht.

5.Beslissing

De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond.
De rechtbank bepaalt het aantal uren taakstraf dat moet worden verricht op
HONDERDVEERTIG (140) uren.
De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van zeventig (70) dagen.
De rechtbank bepaalt dat de taakstraf binnen
twaalf (12) maandenmoet worden voltooid.
Deze beslissing is genomen door:
mr. M.F. Ferdinandusse, voorzitter,
mrs. F.W. Pieters en J.M. Hoogveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.C. Wagter, griffier
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2017.
mr. J.M. Hoogveld is buiten staat
deze beslissing mede te ondertekenen.