Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[belanghebbende 1] ,
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 2 november 2016;
- de beschikking van 17 november 2016 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de behandeling van een verzoekschrift van 25 januari 2017 met de daarin vermelde stukken (waaronder het verweerschrift en een aanvullend verzoek);
- de brief van de zijde van Delta Lloyd c.s. van 1 februari 2017 met een opmerking over het proces-verbaal;
- de brief van de zijde van [verzoekster] van 6 februari 2017 met opmerkingen over het proces-verbaal.
2.De feiten
Genezen wonden thenar regio-duim links:
3.Het deelgeschil
4.De beoordeling
mogelijksprake is van een neuroom of een lokale peesadhesis ná een hondenbeet. Hij spreekt hier niet van een causaal verband. Uit het klinisch onderzoek blijkt bovendien dat geen duidelijk neuroom aanwezig is. Daarbij wordt – zoals Delta Lloyd c.s. terecht heeft gesteld – door medici de term “posttraumatische pijn” slechts gebruikt voor een temporele aanduiding dat de pijn ná het ongeval aanwezig is. Die term betekent dus niet dat de pijn dóór het ongeval is ontstaan. Gelet op al deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien is de rechtbank van oordeel dat het expertiserapport van [naam 1] niet dermate stellig is dat het tot bewijs kan dienen voor de stelling van [verzoekster] dat haar klachten en beperkingen het gevolg zijn van de hondenbeet en dat dus sprake is van een causaal verband. Daarbij weegt nog mee dat [verzoekster] in 2011 na een behandeling in het handencentrum te Eindhoven volledig klachtenvrij was en haar activiteiten weer volledig kon oppakken. Dit vormt voor de rechtbank een extra indicatie dat de causale keten tussen de hondenbeet en de huidige klachten en beperkingen die [verzoekster] stelt te hebben, is verbroken en de tendovaginitis stenosans ook zeer goed mogelijk (zoals [naam 1] ook aangeeft) door een andere oorzaak kan zijn ontstaan.