Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
- voor welke van de drie kerncompetenties de referentie geldt;
- de contactpersoon van de referent;
- de periode waarin de opdracht is uitgevoerd;
- eventuele samenwerkingsverbanden;
- een omschrijving van de werkzaamheden per kerncompetentie;
- het aantal unieke cliënten dat de inschrijver heeft ondersteund;
- een handtekening van de contactpersoon van de referent die tekent voor de juistheid van de informatie op het formulier.