ECLI:NL:RBAMS:2017:10407
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak wegens gebrek aan concrete feiten
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Amsterdam die belast zijn met de behandeling van haar strafzaak. Zij stelde dat er sprake was van vooringenomenheid vanwege een eerder juridisch conflict rondom een BOPZ-procedure en vermeende samenwerking tussen het Openbaar Ministerie en de rechtbank.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek geen concrete feiten bevatte die de onpartijdigheid van de rechters aantoonde. Verwijten tegen de rechters die de BOPZ-zaak behandelden, waren niet relevant voor de strafzaak. Ook waren de vermoedens over beïnvloeding door netwerken van een van de rechters speculatief en onvoldoende onderbouwd.
De kamer wees het verzoek als kennelijk ongegrond af en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze strafzaken niet meer in behandeling worden genomen. Tevens werd benadrukt dat de wrakingskamer niet bevoegd is om te oordelen over de verwijzing van de strafzaak naar een andere rechtbank.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is afgewezen wegens het ontbreken van concrete feiten die onpartijdigheid aantonen.