ECLI:NL:RBAMS:2017:10406
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid in dwalingszaak
Verzoekers zijn betrokken in een civiele procedure tegen WTS over een opleidingsovereenkomst en baseren hun vordering mede op dwaling. Tijdens de comparitie verwees de rechter naar een eerdere uitspraak in een soortgelijke zaak, waarin het beroep op dwaling was afgewezen, wat verzoekers als vooringenomenheid ervaarden.
Verzoekers stelden dat de rechter onvoldoende inlevingsvermogen toonde en dat het late toezenden van het proces-verbaal hun reactietijd beperkte, wat zij als bewijs van partijdigheid aanvoerden. De rechter verklaarde echter dat hij zich vrij voelde de zaak te behandelen en dat het financiële belang van de procedure relatief gering was, een opmerking bedoeld om het procesrisico te duiden.
De wrakingskamer oordeelde dat het subjectieve gevoel van verzoekers niet ondersteund werd door objectieve feiten die de onpartijdigheid van de rechter in gevaar brachten. Ook het late ontvangen van het proces-verbaal en de overige aangevoerde gronden boden onvoldoende basis voor wraking.
Het verzoek werd daarom afgewezen, waarbij de wrakingskamer benadrukte dat de rechter uit hoofde van zijn functie wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.