ECLI:NL:RBAMS:2017:10402
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na definitieve uitspraak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter, stellende dat deze rechter partijdig zou zijn vanwege eerdere incidenten tijdens een zitting. De rechtbank nam kennis van het verzoek en het proces-verbaal van de uitspraak van 6 oktober 2015, waarin de betreffende zaak was afgerond.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:16 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een wrakingsverzoek alleen kan worden gedaan tegen een rechter die nog een zaak in behandeling heeft. Omdat de rechter in kwestie de zaak al definitief had afgesloten, was het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.
Er werd geen aanleiding gezien voor een mondelinge behandeling, aangezien het verzoek aanstonds niet-ontvankelijk was. De rechtbank wees het verzoek dan ook af en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de definitieve uitspraak werd ingediend.