ECLI:NL:RBAMS:2017:10400
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende aanwijzingen voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Amsterdam, naar aanleiding van de afwijzing van hun verzoeken tot het horen van getuigen. De wrakingskamer beoordeelt of er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechters in gevaar brengen.
De wrakingskamer stelt vast dat het niet haar taak is om de inhoudelijke juistheid van de beslissingen te toetsen, maar slechts om te beoordelen of de beslissingen zo onbegrijpelijk zijn dat zij alleen door vooringenomenheid kunnen worden verklaard. De rechters hebben hun afwijzingen gemotiveerd aan de hand van verklaringen uit het dossier en het belang van de verdediging.
Verzoekers stelden dat zij hun eerdere verklaringen hebben herroepen en dat de rechters onvoldoende vragen hebben gesteld alvorens hun beslissing te nemen, waardoor de schijn van partijdigheid is gewekt. De wrakingskamer oordeelt echter dat de beslissingen niet onbegrijpelijk zijn en dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat.
De wrakingskamer wijst het wrakingsverzoek af en bepaalt dat de strafzaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich ten tijde van het wrakingsverzoek bevonden. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.