Uitspraak
- antwoord in conventie, eis in reconventie met producties;
- instructievonnis;
- dagbepaling comparitie.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de opheffing van een tijdelijke huurprijsvermindering die sinds 2000 gold wegens onvoldoende geluidsisolatie in een woning. De huurcommissie had in 2016 de vermindering opgeheven per 1 juli 2016, maar de huurder betwistte dit en vorderde een herbevestiging van de vermindering. De kantonrechter stelt vast dat de procedure op grond van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte niet onder de reguliere procedures van het Burgerlijk Wetboek valt, waardoor de zogenaamde fictie van wilsovereenstemming niet van toepassing is en partijen vrij zijn een verklaring voor recht te vorderen.
Feitelijk is vastgesteld dat de woning sinds 1987 wordt gehuurd en dat de oorspronkelijke huurprijsvermindering was gebaseerd op een gebrek aan geluidsisolatie dat destijds slechts aannemelijk was gemaakt. In 2017 is een geluidsmeting verricht die uitwijst dat de geluidsisolatie voldoet aan de normen uit het Gebrekenboek van de huurcommissie voor bestaande bouw. De huurder stelde dat de woning als nieuwbouw moet worden beoordeeld vanwege een renovatie in 1978, maar dit is onvoldoende onderbouwd.
De kantonrechter concludeert dat er geen sprake is van een gebrek dat rechtvaardigt dat de huurprijsvermindering wordt voortgezet. De vordering van de huurder wordt afgewezen en in reconventie wordt verklaard dat de tijdelijke vermindering is opgeheven en de oorspronkelijke huurprijs per 1 juli 2016 geldt. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De tijdelijke huurprijsvermindering wordt opgeheven en de oorspronkelijke huurprijs geldt per 1 juli 2016.