Eiseres, een voormalig asielzoekster, verzocht om vrijstelling van de inburgeringsplicht op grond van het propedeutisch examen in de opleiding Nederlandkunde aan de Universiteit van Leiden. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wees dit verzoek af omdat de propedeusebul niet als diploma gold volgens de Wet en het Besluit inburgering.
De rechtbank oordeelde dat eiseres formeel niet onder de vrijstellingsmogelijkheden viel, maar dat deze uitkomst in haar specifieke situatie onredelijk was. Uit de cijferlijst bleek dat zij diverse vakken, grotendeels in het Nederlands, met goed gevolg had afgerond en taalvaardigheden op niveau B1/B2 beheerst, wat hoger is dan het wettelijk vereiste A2-niveau.
De rechtbank wees op de ruimte in het tweede lid van artikel 2.3 van het Besluit inburgering voor nadere vrijstellingen, die nog niet door de minister was ingevuld. De rechtbank paste een anticiperende interpretatie toe en constateerde een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Daarom vernietigde zij het besluit, herroept het primaire besluit en stelde eiseres alsnog vrij van de inburgeringsplicht.
Daarnaast werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter Baldinger op 8 december 2017.