Op 5 oktober 2016 heeft de rechtbank Amsterdam verdachte veroordeeld voor medeplegen van het bewerken en aanwezig hebben van ongeveer 11,6 kilogram heroïne. Verdachte handelde samen met twee medeverdachten en was betrokken bij het stuk slaan en verwerken van heroïne in een woning te Amsterdam.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte wist dat het om heroïne ging, ondanks zijn stelling dat hij dacht op een stuk steen te slaan. Dit werd onderbouwd door de sterke chemische geur en zijn eigen verklaringen over het bewerken van de heroïne. Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een automatisch machinepistool en munitie, omdat onvoldoende bewijs was dat hij deze in zijn macht had.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van nauwe en bewuste samenwerking (medeplegen) tussen verdachte en de medeverdachten. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd, lager dan de eis van 30 maanden, mede vanwege zijn ondergeschikte rol en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Een verzoek tot aanhouding van de zaak voor psychologisch onderzoek werd afgewezen wegens gebrek aan noodzaak en te late indiening. De straf wordt verminderd met de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.