ECLI:NL:RBAMS:2016:9965
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beslissing over vakantieregeling en proceskosten in kort geding ouders
In dit kort geding tussen ouders is een geschil over de verdeling van de zomervakantie 2016 van hun kinderen aan de orde. Partijen zijn tijdens de zitting tot overeenstemming gekomen over een vakantieregeling waarbij de kinderen de eerste drie weken bij de eiser verblijven en de tweede drie weken bij de gedaagde, met ruimte voor overleg bij afwijkende wensen van de kinderen.
De voorzieningenrechter constateert dat partijen sinds het najaar van 2015 via e-mail hebben geprobeerd de vakantie te regelen, maar zonder succes. Beide ouders hebben hun vakantie onafhankelijk van elkaar ingevuld. De advocaat van eiser heeft pas na betekening van de dagvaarding één poging tot contact met gedaagde gedaan, terwijl gedaagde inmiddels instemde met een verdeling in twee aaneengesloten delen.
De rechter oordeelt dat onvoldoende is geprobeerd de zaak buiten rechte op te lossen, waardoor gedaagde onnodige kosten heeft moeten maken. Daarom wordt eiser veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, begroot op €288,00 aan griffierecht. Het vonnis wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Eiser moet de proceskosten aan de zijde van gedaagde betalen en de vakantieregeling wordt vastgesteld.