De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 december 2016 een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen. Dit bevel betrof de aanhouding en overlevering van een persoon die verdacht wordt van vijf strafbare feiten volgens Belgisch recht.
Eerder had de rechtbank op 30 augustus 2016 de overlevering geweigerd omdat de feitomschrijving niet voldeed aan de wettelijke eisen. De officier van justitie stelde dat op basis van aanvullende informatie de overlevering nu wel toegestaan kon worden, ondanks de vaste jurisprudentie dat eenzelfde EAB niet opnieuw beoordeeld kan worden.
De rechtbank oordeelde echter dat de aanvullende informatie niet ziet op nieuwe feiten of omstandigheden die een herbeoordeling rechtvaardigen. Bovendien was in deze zaak al een definitief oordeel van de Overleveringsrechter gegeven, waardoor de vordering niet past binnen het stelsel van de Overleveringswet. De officier van justitie werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.