Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 15 februari 2016 met producties;
- de conclusie van antwoord van 29 april 2016 met producties;
- het instructievonnis van 20 mei 2016;
- de conclusie van repliek van 17 juni 2016;
- de conclusie van dupliek van 15 juli 2016.
De feiten
Het geschil
Beoordeling
(4e alinea) heeft het bestuur zich er rekenschap van gegeven dat [eiseres] , indien zij niet op 19 april 2012 hersteld was verklaard, vanwege haar ziekmelding voor einde dienstverband volgens het geldende beleid mogelijk wel recht zou hebben gekregen op de WIA-aanvulling en de premievrije pensioenopbouw. Vervolgens heeft het bestuur toegelicht waarom geen toepassing wordt gegeven aan bijzondere hardheid. Deze overwegingen komen de kantonrechter niet onredelijk voor. Kort gezegd komt die toelichting erop neer dat voornoemd beleid reeds hardheid inhoudt, omdat voorwaarde voor toekenning is dat betrokkene deelnemer is op het moment van vaststelling van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA. De ziekmelding van [eiseres] op 27 oktober 2010 was geen vaststelling van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WIA. Deze vaststelling vond plaats op 14 oktober 2014 (bijna 4 jaar na het einde van het deelnemerschap van [eiseres] ). In het geval voorbij zou worden gegaan aan de herstelmelding op 19 april 2012 zou het beleid voor bijzondere hardheid, zo begrijpt de kantonrechter de overwegingen van het bestuur, verder worden opgerekt.