ECLI:NL:RBAMS:2016:8671
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing extra uren rechtsbijstand
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag voor extra uren rechtsbijstand in een strafzaak. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek tot voorlopige voorziening dat is ingediend om deze afwijzing te schorsen.
De rechter stelt vast dat reeds een toevoeging is verleend en dat de rechtsbijstandverlener op grond van artikel 24, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand verplicht is om de nodige rechtsbijstand te verlenen, ook als de extra uren niet worden toegekend. Hierdoor is gegarandeerd dat verzoeker niet verstoken raakt van rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het systeem van forfaitaire vergoedingen houdt rekening met variaties in tijdsbesteding, en eventuele correcties kunnen achteraf in bezwaar worden gemaakt.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zonder zitting afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.