ECLI:NL:RBAMS:2016:8669
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor extra uren rechtsbijstand in strafzaak wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor extra uren rechtsbijstand in een strafzaak, welke door de Raad voor Rechtsbijstand is afgewezen. Tegen deze afwijzing en het daaropvolgende heroverwegingsbesluit is bezwaar gemaakt en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter stelt vast dat reeds een toevoeging is verleend en dat de rechtsbijstandverlener op grond van artikel 24, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand verplicht is de nodige rechtsbijstand te verlenen. Hierdoor is gegarandeerd dat verzoeker niet verstoken blijft van adequate rechtsbijstand.
De stelling dat zonder extra uren geen adequate rechtsbijstand kan worden verleend, leidt niet tot het oordeel dat sprake is van onverwijlde spoed. Het systeem van forfaitaire vergoedingen houdt rekening met variaties in tijdsbesteding en eventuele extra uren kunnen achteraf worden hersteld indien het bezwaar gegrond wordt verklaard.
Gezien het ontbreken van onomkeerbare gevolgen en onverwijlde spoed wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting af. Er wordt geen proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot toekenning van extra uren rechtsbijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.