Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Beoordeling van de ten laste gelegde feiten
- op 27 mei 2010 een geldbedrag van € 350.000,-;
- op 30 december 2010 een geldbedrag van € 1.641.895,91;
- op 19 augustus 2011 een geldbedrag van € 250.000,-;
- op 22 augustus 2011 een geldbedrag van € 600.000,-.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf van 3 (drie) maanden.
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijd van 1 (één) jaarvast.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast van
120 (honderdtwintig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.