ECLI:NL:RBAMS:2016:7340
Rechtbank Amsterdam
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens inactiviteit in witwaszaak
Verdachte werd beschuldigd van gewoontewitwassen van geldbedragen tussen november 2005 en november 2007. De tenlastelegging bevatte zowel een opzet- als schuldvariant, wat innerlijk tegenstrijdig is. De rechtbank verklaarde daarom het deel met de schuldvariant nietig.
De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk wegens het langdurige tijdsverloop en de inactiviteit na de heenzending van verdachte. De rechtbank oordeelde dat het OM het recht op vervolging had verspeeld, mede omdat er geen nader onderzoek was verricht en de verdenking niet was toegespitst.
De rechtbank volgde het standpunt van het OM en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte voor het overige deel van de tenlastelegging. De uitspraak werd gewezen bij verstek op 11 november 2016.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig en adequaat vervolgen van verdachte.