Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 november 2016 in de zaak tussen
de Vereniging [bedrijf] ,
de Vereniging van [bedrijf II] ,
[bedrijf III] .,
[bedrijf IV] ,
[bedrijf V] .,
[bedrijf VI] .,
alle gevestigd te Amsterdam, eiseressen,
Procesverloop
Overwegingen
c. het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen;
Verweerder heeft het keerverbod ingesteld in het belang van het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer, alsmede ter voorkoming of beperking van schade door het scheepvaartverkeer aan de waterhuishouding, oevers en waterkeringen, of werken gelegen in of over scheepvaartwegen. Ter onderbouwing daarvan is in het bestreden besluit overwogen dat sinds 2010 het aantal boten op de Singelgracht ter hoogte van het keerverbod fors is toegenomen, met name sinds de heropening van het Rijksmuseum in april 2013. Bovendien is het aantal boten dat op dat gedeelte van de Singelgracht keert vanaf 2010 navenant toegenomen. In de praktijk is gebleken dat op de Singelgracht tussen de Leidsebrug en de Museumbrug bij het veelvuldig keren van vaartuigen schade ontstaat aan de oevers en de kades. Met name bij snel en onzorgvuldig keren dicht bij de oevers, beschadigt het schroefwater de oevers en kades. De belangen van eiseressen bij het keren op het betreffende stuk van de Singelgracht geven geen aanleiding om van het keerverbod af te zien. Het keerverbod geldt alleen tijdens het vaarseizoen en eiseressen varen ook buiten het vaarseizoen en kunnen dan, omdat het eenrichtingsverkeer tussen de Heinekenbrug en de Amstel dan ook niet geldt, over de Singelgracht doorvaren naar de Amstel. De door eiseressen gestelde vertraging dat zij wegens het keerverbod verder moeten doorvaren om te mogen keren, te weten voorbij de Museumbrug is niet zodanig dat hieraan in het kader van de belangenafweging doorslaggevend belang zou moeten worden toegekend. Niet valt in te zien dat eiseressen niet in staat zullen zijn om hun bedrijfsvoering enigszins aan te passen aan de nieuwe situatie, aldus verweerder.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 328,- aan eiseressen te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 992,-.
.