Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- De [persoon 1] , gemeentesecretaris van de gemeente Laren
- De [persoon 2] , voormalig BEL-medewerker van de gemeente Laren
Rechtbank Amsterdam
De gemeente Laren werd vervolgd wegens het niet onschadelijk maken van een asbestbesmetting op de zolder van de Larense Montessorischool in de periode van 31 mei 2011 tot 11 december 2013, in strijd met artikel 1a lid 1 van de Woningwet. De rechtbank oordeelde dat het strafrecht een zwaardere toets kent aan het legaliteitsbeginsel en dat de zorgplicht alleen kan worden geschonden als sprake is van een (dreigend) gevaar dat bij de normadressaat bekend was of had moeten zijn.
Uit onderzoek in 2005 bleek geen aanwijzing voor asbestbesmetting en pas na een asbestinventarisatie waarvan de resultaten op 11 december 2013 bekend werden, ontstond de verplichting tot het nemen van maatregelen. De gemeente had geen kennis van de besmetting in de ten laste gelegde periode en heeft na bekendwording wel passende maatregelen getroffen.
De rechtbank stelde vast dat de term 'zorg' in artikel 1a Woningwet niet te vaag is voor strafrechtelijke toepassing en dat de gemeente niet als eigenaar of economisch eigenaar kon worden aangemerkt in de relevante periode. Verder was de asbestbesmetting veroorzaakt door het schoolbestuur en niet door de gemeente. Er was geen bewijs dat de besmetting gevaar voor de gezondheid had veroorzaakt of voortgeduurd.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak de gemeente Laren vrij. Dit arrest benadrukt het belang van het lex certa-beginsel en de noodzaak dat een strafbare zorgplicht alleen geldt bij bekendheid met het gevaar.
Uitkomst: De gemeente Laren wordt vrijgesproken wegens het niet schenden van de zorgplicht rond de asbestbesmetting in de Larense Montessorischool.