Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 april 2015;
- de akte overlegging producties, tevens akte houdende naamswijziging, met producties;
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, subsidiair verzoek tot aanhouding, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid tevens houdende reactie op het (subsidiaire) verzoek tot aanhouding, met producties;
- de op 30 juni 2016 gehouden pleidooien, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken.
2.De feiten
American Depository Sharesgenoteerd.
3.De hoofdzaak
American Depository Sharesbehoren niet tot haar doelgroep – onrechtmatig heeft gehandeld door hen onjuist en/of onvolledig, want veel te positief, te informeren over de drie in onderdeel (iv) van het petitum vermelde onderwerpen. Als gevolg daarvan hebben die personen beleggingsbeslissingen genomen die zij bij juiste en volledige informatie niet zouden hebben genomen. Toen de waarheid over de bedoelde onderwerpen aan het licht kwam, daalde de koers van het gewone aandeel BP. Als gevolg daarvan hebben de meergenoemde personen schade geleden. De onderhavige vorderingen strekken ertoe dat die schade (eenvoudiger) op BP kan worden verhaald, aldus steeds de VEB.
4.Het incident
rechtbank) en deze verordening moet gewaarborgd worden (…). Deze continuïteit moet ook gelden voor de uitleg door het Hof van Justitie van de Europese Unie van het Verdrag van Brussel van 1968 en de verordening ter vervanging daarvan”. De rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over (de uitleg van) artikel 5 punt Pro 3 van de EEX-Verordening (oud) geldt daarom ook voor (de uitleg van) artikel 7 punt Pro 2 van de Herschikte EEX-Verordening.