Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Rechtbank Amsterdam
De stichting ASKO vorderde in kort geding dat de gemeente Amsterdam een nieuw te stichten oecumenische basisschool zou opnemen in het Plan van Scholen 2017-2020. Dit naar aanleiding van een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die de gemeente had opgedragen een school op te nemen in het plan.
De gemeente stelde dat het verzoek van ASKO betrekking had op een doorstart van een bestaande school en dat de school op grond van het beginsel van gemiddelde schoolgrootte al bekostiging ontvangt, zodat opname in het plan niet nodig is. Tevens stelde de gemeente dat de bestuursrechter bevoegd is en niet de civiele rechter.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van de gemeenteraad een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat de bestuursrechter bevoegd is. ASKO kan de bestuursrechtelijke weg volgen, waaronder het instellen van administratief beroep en het vragen van voorlopige voorzieningen bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Daarom verklaarde de rechtbank ASKO niet-ontvankelijk in haar civiele vordering en veroordeelde ASKO in de proceskosten.
Uitkomst: ASKO wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuursrechter bevoegd is en de bestuursrechtelijke weg openstaat.