Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
- [kind 1] ,
- [kind 2],
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot wijziging van de kinderbijdrage door de man ten behoeve van zijn twee kinderen uit een eerder huwelijk. De man vroeg om een verlaging van de bijdrage vanaf 1 april 2016, terwijl de oudste zoon van partijen na indiening van het verzoek meerderjarig werd op 7 juli 2016.
De vrouw, alsmede de meerderjarige zoon, voerden geen inhoudelijk verweer tegen het verzoek. De rechtbank nam kennis van een schriftelijke reactie van de zoon, waarin hij aangaf begrip te hebben voor de financiële situatie van de man, maar vond het onterecht de bijdrage over de periode dat de man financieel beter was kwijt te schelden.
Gezien het ontbreken van verweer en het feit dat de bijdrage al doorliep na het bereiken van meerderjarigheid van de zoon, besloot de rechtbank de kinderbijdrage te wijzigen. De bijdrage tot 31 maart 2016 bleef gelijk aan hetgeen reeds betaald was, en vanaf 1 april 2016 werd deze vastgesteld op €25 per kind per maand. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kinderbijdrage wordt verlaagd tot €25 per kind per maand met ingang van 1 april 2016.