Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2016:6166

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 september 2016
Publicatiedatum
29 september 2016
Zaaknummer
13/659143-15
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens overlijden verdachte

De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een moord en het bezit van een grote hoeveelheid XTC-pillen. De feiten betroffen een periode van eind september tot begin oktober 2014 in Nederland. Tijdens de zitting op 12 september 2016 werd de vordering van de officier van justitie besproken om niet-ontvankelijkheid te verklaren vanwege het overlijden van verdachte.

De rechtbank stelde vast dat verdachte op 14 februari 2016 was overleden. Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvervolging door het overlijden van de verdachte. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 26 september 2016, waarbij de rechters F. Wieland, D.J. Cohen Tervaert en T.T. Hylkema het vonnis tekenden. Hiermee werd de strafzaak tegen verdachte beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de tenlasteleggingen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens het overlijden van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/659143-15
Datum uitspraak: 26 september 2016
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
laatstelijk ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
12 september 2016.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. A.M.H.G. Peters die ertoe strekt dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging, in verband met het overlijden van verdachte.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat
ten aanzien van feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 27 september 2014 tot en met 1 oktober 2014 te [plaats] , gemeente [naam] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [persoon 1] opzettelijk en/of met voorbedachten rade
op (thans nog) onbekende wijze van het leven heeft beroofd;
ten aanzien van feit 2:
hij op of omstreeks 3 oktober 2014 te [plaats] , gemeente [naam] , opzettelijk aanwezig heeft gehad 4778 pillen XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA (3,4-methyleendioxymethamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die Wet.

3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Uit de stukken die zich in het dossier bevinden blijkt dat verdachte op 14 februari 2016 is overleden. Ingevolge artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvervolging door de dood van de verdachte. Het Openbaar Ministerie dient dan ook – overeenkomstig de vordering van de officier van justitie – niet-ontvankelijk te worden verklaard.

4.Beslissing

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F. Wieland, voorzitter,
mrs. D.J. Cohen Tervaert en T.T. Hylkema, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M. Sodderland, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 september 2016.