ECLI:NL:RBAMS:2016:5714
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster ontving een AOW-pensioen voor alleenstaanden en verhuisde in 2011 naar Duitsland. Verweerder stelde na een anonieme tip en onderzoek vast dat verzoekster sinds 1 februari 2011 een gezamenlijke huishouding voert met een andere persoon, [betrokkene], die een kamer huurt en bijdraagt aan de huishoudkosten.
Verweerder herzag het pensioen en legde een terugvordering en boete op. Verzoekster betwistte dit en voerde aan dat het gesprek met verweerder onjuistheden bevatte en dat zij niet samenwoonde. De rechtbank oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet samenwoonde en dat haar eerdere verklaringen juist waren.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat verweerder voldoende feiten had verzameld die wijzen op een gezamenlijke huishouding en verzoekster haar informatieplicht had geschonden. Ook was geen dringende reden voor opschorting van de herziening.
Tegen de hoogte van de terugvordering en boete waren geen zelfstandige gronden aangevoerd. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en er is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de herziening van het AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding is afgewezen.