Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Ter zitting waren voor zover van belang aanwezig:
2.De feiten
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in (voorwaardelijke) reconventie
5.De beoordeling in conventie en in reconventie
816,00
Rechtbank Amsterdam
RSN en Uitvaart24 sloten op 1 mei 2015 een exclusieve afnameovereenkomst voor uitvaartdiensten met een looptijd van vijf jaar. Uitvaart24 wilde de exclusiviteit beëindigen, maar RSN weigerde hiermee akkoord te gaan en stelde dat de overeenkomst nog steeds van kracht is.
Na gesprekken en een concept ontbindingsovereenkomst van Uitvaart24, waarin een overgangsperiode werd voorgesteld, ontstond onenigheid over de voorwaarden en geheimhouding. RSN stelde dat er geen schriftelijke en definitieve beëindiging was overeengekomen en dat Uitvaart24 de overeenkomst moet nakomen. Uitvaart24 vorderde onder meer betaling van gemaakte juridische kosten en ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de mondelinge verklaringen over beëindiging onvoldoende zijn om de overeenkomst te beëindigen, mede vanwege het ontbreken van schriftelijke bevestiging en onvolledige voorwaarden. De exclusieve afnameovereenkomst blijft daarom van kracht en Uitvaart24 moet deze nakomen. De vorderingen van RSN werden toegewezen, terwijl de reconventionele vorderingen van Uitvaart24 werden afgewezen. Uitvaart24 werd veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
Uitkomst: De exclusieve afnameovereenkomst blijft van kracht en Uitvaart24 moet deze nakomen totdat rechtsgeldige ontbinding is vastgesteld.