De huurder van een sociale huurwoning werd geconfronteerd met een hennepplantage in zijn woning, ontdekt na een brand. De verhuurder vorderde ontruiming en schadevergoeding wegens de illegale hennepteelt en de daaruit voortvloeiende brand.
De huurder stelde dat hij niet op de hoogte was van de hennepplantage, die door zijn neef was ingericht tijdens zijn tijdelijke afwezigheid. Hij betoogde dat ontruiming een te zware sanctie zou zijn, mede gezien zijn lange staat van dienst als huurder en het ontbreken van herhalingsgevaar.
De rechtbank oordeelde dat ontruiming in kort geding slechts bij hoge waarschijnlijkheid van toewijzing in de bodemprocedure kan worden toegewezen en dat die waarschijnlijkheid ontbrak. Wel werd vastgesteld dat de huurder aansprakelijk is voor de schade door de hennepplantage en brand, en werd een voorschot op schadevergoeding van € 5.000 toegewezen, naast buitengerechtelijke kosten en proceskosten.