ECLI:NL:RBAMS:2016:4794
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor aanvraag Pools paspoort minderjarige
De vrouw verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een Pools paspoort voor haar minderjarige dochter, die de Poolse nationaliteit bezit en haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De vader, die in Polen woont, is gezamenlijk met de moeder belast met het gezag over het kind, maar weigert of reageert niet op het verzoek om toestemming voor het paspoort.
De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van Brussel II bis-verordening, omdat het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. De zaak betreft een geschil tussen gezagsouders over de uitoefening van het gezamenlijk gezag, waarvoor artikel 1:253a BW een voorziening biedt.
De vader is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank acht het in het belang van het kind dat zij over een geldig paspoort beschikt, onder meer voor identificatie en deelname aan een buitenlandse schoolactiviteit. Daarom wijst de rechtbank het verzoek van de moeder toe en verleent zij vervangende toestemming voor de aanvraag van het Poolse paspoort.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder voor de aanvraag van een Pools paspoort voor haar minderjarige dochter.