Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
[bedrijf 1 bv]zijn ingediend. Uit de verdere tekst van de tenlastelegging en het dossier blijkt echter dat het gaat om de aangiften van
[bedrijf 1] .De rechtbank ziet dit als een kennelijke verschrijving en heeft de bewezenverklaring op dit punt dan ook aangepast. In de tenlastelegging staat verder onder 2 en 3 dat een manteloverkomst is aangegaan met
[bedrijf 2]en dat de contactpersoon was genaamd
[(fictief) persoon 1]. Het blijkt echter dat het gaat om
[bedrijf 2]en
[(fictief) persoon 1]. Ook dit ziet de rechtbank als kennelijke verschrijvingen en heeft zij in de bewezenverklaring aangepast. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissingen
[verdachte]daarvoor strafbaar.
een gevangenisstraf van 8 (acht) maandenen beveelt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.
van deze gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast en stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.