Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[de vrouw] , te Amsterdam, verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
B
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning die het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuidoost heeft verleend voor het kappen van 101 elzen en 1 acacia in de wijk Gein III, fase 2 te Amsterdam. Na intrekking en hernieuwde verlening van de vergunning heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard, waarna verzoekster beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder een ruime beleidsvrijheid heeft bij de vergunningverlening en dat de bomen geen beschermde waarden bezitten volgens het rapport van de boomdeskundige. Verweerder heeft de belangen van het beëindigen van overlast door wortelopdruk en het realiseren van extra parkeerplaatsen meegewogen. Verzoekster heeft aangevoerd dat de bomen gezond zijn en bijdragen aan leefbaarheid, maar dit is niet voldoende om de kap te weigeren.
Verder is vastgesteld dat enkele bomen lijden aan de schimmelziekte Phytophthora alni. Verzoekster mag nog een tegenrapportage indienen in de bodemprocedure, maar dit leidt niet tot schorsing van de vergunning. De voorzieningenrechter concludeert dat het belang van verweerder bij directe uitvoering van het besluit zwaarder weegt dan het belang van verzoekster bij behoud van de bomen, mede omdat het broedseizoen een natuurlijke kapstop oplegt.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de kapvergunning voor 101 bomen wordt afgewezen.