Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
- het wrakingsverzoek van 13 mei 2016;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 27 mei 2016;
- het proces-verbaal van de zitting van 12 mei 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die haar kortgeding behandelde over de afgifte van haar personeelsdossier. Zij stelde dat de rechter zich vooringenomen had getoond door uitlatingen als "het gaat drie keer nergens over" en het bagatelliseren van het belang van een arrest van de Hoge Raad uit 2007.
De rechtbank nam kennis van het wrakingsverzoek, de schriftelijke reactie van de rechter en het proces-verbaal van de zitting. Tijdens de zitting werd duidelijk dat het geschil vooral ging over de praktische wijze van verstrekking van het dossier, waarbij de wederpartij geen bezwaar had tegen afgifte in digitale vorm.
De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen van de rechter in de context van de zitting geen blijk gaven van partijdigheid of vooringenomenheid. De rechter had zijn taak als zittingsrechter opgevat door kritisch te zijn en te zoeken naar een praktische oplossing. De vermeende tunnelvisie en het oordeel over het arrest van de Hoge Raad werden niet als onpartijdigheid aangemerkt.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.