ECLI:NL:RBAMS:2016:4373

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 juli 2016
Publicatiedatum
15 juli 2016
Zaaknummer
HA RK 244.2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 518 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter na verbale aanvaring met verdachte

In een strafzaak bij de rechtbank Amsterdam vond op 13 juni 2016 een openbare zitting plaats waarbij een verbale aanvaring ontstond tussen de politierechter en de verdachte. De rechter achtte zich vervolgens niet meer in staat om onpartijdig over de zaak te oordelen en schortte de zitting op tot 11 oktober 2016.

De rechter diende daarop een verzoek tot verschoning in op grond van artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit verzoek werd zonder mondelinge behandeling beoordeeld door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam. De kernvraag was of er feiten of omstandigheden waren die objectief gerechtvaardigde vrees voor aantasting van de rechterlijke onpartijdigheid opleverden.

De wrakingskamer oordeelde dat de verbale botsing tussen rechter en verdachte zodanig was dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding kon komen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die dit oordeel konden weerleggen. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de zaak door een andere rechter zou worden voortgezet.

Tegen deze beslissing staat geen voorziening open. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan verdachte, diens raadsman, de officier van justitie en de betrokken rechter.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/610490/HA RK 244.2016 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
mr. J.B. OREEL, lid van de rechtbank Amsterdam, in haar hoedanigheid van politierechter, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1
Bij de afdeling Publiekrecht van de Rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 13/181374-15 een strafzaak aanhangig.
1.2
Op 13 juni 2016 heeft een openbare zitting plaatsgevonden waarop voornoemde strafzaak is behandeld door de rechter. Van de behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.
1.3
Ter terechtzitting heeft een (verbale) botsing plaatsgevonden tussen de rechter en de verdachte in de strafzaak waarna de rechter de zitting heeft onderbroken voor beraad. Na hervatting van de zitting heeft de rechter het onderzoek ter terechtzitting geschorst tot de zitting van 11 oktober 2016.

2.Het verzoek

Aan het verzoek wordt ten grondslag gelegd dat ter zitting van 13 juni 2016 een zodanige (verbale)botsing met de verdachte heeft plaatsgevonden dat de rechter zich niet in staat acht de zaak verder te behandelen. Naar het oordeel van de rechter is sprake van feiten en omstandigheden waardoor in geval van verdere betrokkenheid van de rechter bij deze zaak de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van het bepaalde in artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormeld artikel valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.3
Vervolgens dient te worden onderzocht of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4
Gelet op hetgeen door de rechter is aangevoerd en gelet op de inhoud van het van de zitting van 13 juni 2016 opgemaakte proces-verbaal moet ervan worden uitgegaan dat zich de hiervoor onder 3.3 beschreven omstandigheid voordoet. Volgens de rechter is zij ter terechtzitting met verdachte op zodanige wijze verbaal in botsing gekomen dat in geval van verdere betrokkenheid van de rechter de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Nu de rechter zich niet meer in staat acht over de zaak van verdachte te oordelen zonder dat de objectief gerechtvaardigde vrees ontstaat dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, is het verschoningsverzoek behoudens bijzondere omstandigheden, die gesteld noch gebleken zijn, toewijsbaar. Het verzoek wordt toegewezen.
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet voor een andere rechter op de in het proces-verbaal van 13 juni 2016 vermelde datum;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518 lid 2 Sv Pro. wordt toegezonden aan:
 de verdachte;
 de raadvrouw van verdachte;
 de officier van justitie;
 de rechter.
Aldus gegeven door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, mr. A.W.J. Ros en mr. A.J. Dondorp, leden, op 6 juli 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 518 lid 3 Sv Pro geen voorziening open.