ECLI:NL:RBAMS:2016:4373
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter na verbale aanvaring met verdachte
In een strafzaak bij de rechtbank Amsterdam vond op 13 juni 2016 een openbare zitting plaats waarbij een verbale aanvaring ontstond tussen de politierechter en de verdachte. De rechter achtte zich vervolgens niet meer in staat om onpartijdig over de zaak te oordelen en schortte de zitting op tot 11 oktober 2016.
De rechter diende daarop een verzoek tot verschoning in op grond van artikel 518 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit verzoek werd zonder mondelinge behandeling beoordeeld door de wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam. De kernvraag was of er feiten of omstandigheden waren die objectief gerechtvaardigde vrees voor aantasting van de rechterlijke onpartijdigheid opleverden.
De wrakingskamer oordeelde dat de verbale botsing tussen rechter en verdachte zodanig was dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding kon komen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die dit oordeel konden weerleggen. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de zaak door een andere rechter zou worden voortgezet.
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan verdachte, diens raadsman, de officier van justitie en de betrokken rechter.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.