Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
[verzoeker] ,
1. de vennootschap onder firma [verweerder 1]
2. de vennootschap onder firma [verweerder 2] ,
3. [verweerder 3] ,
4. [verweerder 4] ,
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Daarnaast heeft [verzoeker] ter zitting een verzoek gedaan om [verweerders gezamenlijk] te veroordelen een transitievergoeding te betalen. [verzoeker] heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen.
Feiten
Cliënt is bij u in dienst getreden als pakketbezorger tegen een maandelijks salaris van € 1400,- netto. Ondanks diens herhaalde verzoeken is een schriftelijk arbeidscontract nooit opgemaakt en heeft cliënt nooit salarisstroken mogen ontvangen. Ook zijn hem over zijn gehele arbeidsduur nooit overuren of vakantiegeld uitgekeerd.
In uw brief stelt u dat uw cliënt een vordering heeft op basis van een dienstverband waarvan u aangeeft dat uw cliënt op non-actief is gesteld, althans niet langer is opgeroepen. Wij verzoeken u uw stelling (juridisch) te onderbouwen. Uw cliënt heeft een jaar gewacht alvorens aanspraak te maken op loondoorbetaling dan wel achterstallig loon. Bovendien heeft uw cliënt zich niet beschikbaar gesteld voor zijn werk. Uw cliënt was vanaf 18 februari 2015 vennoot bij [verweerder 2] v.o.f. (Bijlage 1) en uit dien hoofde niet beschikbaar voor werk bij [verweerders gezamenlijk] .
Vanaf mei 2014 hebben u beiden de facto als werkgever opgetreden voor de heer [verzoeker] . Pas door uw reactie op mijn brief moest hem duidelijk worden dat u meent geen werkgever voor hem te zijn, althans geen aansprakelijkheden wat die hoedanigheid betreft voor hem te dragen.”
€ 1.400,00 voor vijf dagen en € 1.600,00 voor zes dagen per week. Hij heeft sedert 15 december 2015 geen loon meer ontvangen. Hij is sedert medio januari 2016 niet meer opgeroepen en heeft nadien pas te horen gekregen dat hij bij [verweerder 2] in dienst zou zijn. Er is geen rechtsgeldige opzegging tot stand gekomen, aldus [verzoeker] . Nu het vertrouwen tussen partijen niet langer aanwezig is, verzoekt [verzoeker] beëindiging van de arbeidsovereenkomst, ter terechtzitting per 1 juni 2016. De gedragingen van [verweerders gezamenlijk] rechtvaardigen een billijke vergoeding, aldus [verzoeker] en verder vordert hij een transitievergoeding. Met betrekking tot de omvang van zijn dienstverband voert [verzoeker] aan dat uit het door hem overgelegde activiteitenoverzicht blijkt dat hij meer uren heeft gewerkt dan waarvoor hij betaald heeft gekregen.
Verweer tevens tegenverzoek
€ 900,00 bruto heeft gewerkt tot 28 februari 2015. Op 18 februari 2015 is [verzoeker] toegetreden tot [verweerder 2] . Vanaf die datum was [verzoeker] tevens niet meer beschikbaar voor zijn werkzaamheden als koerier bij [verweerders gezamenlijk] . Het dienstverband is per 28 februari 2015 geëindigd, aldus [verweerders gezamenlijk] . Er is sprake geweest van een eenzijdige beëindiging door [verzoeker] .