Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
1. de stichting Stichting Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel
2. de besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De zitting heeft plaatsgevonden op 11 april 2016. [eiseres] is verschenen, vergezeld van haar gemachtigde. Voor het Pensioenfonds en KLC zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , vergezeld van hun gemachtigde. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] nog bij akte haar eis gewijzigd en productie 24 ingebracht. Partijen zijn ter zitting gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
Vordering
- voor recht zal verklaren dat [eiseres] recht heeft op deelname aan de pensioenregeling van KLC met terugwerkende kracht vanaf [datum] respectievelijk [datum] , alsmede recht heeft op opbouw en uitbetaling van de daaraan gerelateerde verhoogde (achterstallige) pensioenuitkeringen;
- voor recht zal verklaren dat bij de vaststelling van de hoogte van het pensioen van eiseres vanaf de datum indiensttreding tot het einde van haar dienstverband rekening gehouden had moeten worden met de daadwerkelijk door haar gewerkte uren, derhalve inclusief overuren, althans vanaf 1 april 2001 tot het einde van haar dienstverband;
- KLC en het Pensioenfonds hoofdelijk, zal veroordelen om:
Verweer
Beoordeling
BESLISSING
7 juni 2016te 10:00 uur voor het indienen door KLC en het Pensioenfonds van een antwoord met betrekking tot de pensioenopbouw over de overuren vanaf 1 april 2001;