Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
U zal binnen 14 dagen na heden dat deel van de administratie bij mij inleveren dat betrekking heeft op de failliete vennootschap en in Nederland aanwezig is. Het deel dat in Spanje ligt zal ik(de rechtbank begrijpt: u, d.w.z.: verdachte)
in de 2e of 3e week van december aanleveren.’
U heeft mij verzekerd uiterlijk maandag 28 april(2014)
om 10:00 uur per email een overzicht van de aangetroffen boekhouding van gefailleerde over het tijdvak 2008 t/m september 2013 aan de curator(…)
te zullen toezenden. Daaropvolgend draagt u ervoor zorg dat deze administratiestukken nog diezelfde maandag 28 april 2014 op het kantoor van de curator door u zijn/worden afgegeven.(…)
per email te zullen berichten wanneer de boekhouding uit Spanje op zijn kantoor is afgeleverd. Ik deelde u mee dat overhandiging van dit deel van de boekhouding voor 7 mei(2014)
dient te geschieden ter voorkoming van het feit dat de curator het inbewaringsverzoek doorzet.(…)
Tot mijn schrik heb ik geconstateerd dat de administratieve bescheiden van [naam B.V.] door een lekkage in een rioolafvoerbuis in de etage boven mijn appartement onbruikbaar zijn geworden. Deze lekkage heeft in mijn appartement aanzienlijke schade aangebracht. De harde schijf waarop ik de boekhouding had opgeslagen kon ik niet meer inlezen. Ik heb deze naar een reparateur gebracht, met het verzoek te proberen de gegevens van de schijf over te zetten op een andere schijf.’
2. Onverminderd het bepaalde in de volgende titels is het bestuur verplicht jaarlijks binnen zes
abn amro-bank, [kredietverstrekker 1] . en [kredietverstrekker 2] , deels voor zichzelf en privé-uitgaven heeft aangewend en daarmee dus schuldeisers heeft benadeeld. Dit geldt bijvoorbeeld voor het bedrag van € 1.467.000,- dat van de
abn amro-bankrekening van de vennootschap naar verdachte in privé is uitgekeerd maar ook voor vele andere privé-opnames en overboekingen.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar;
gevangenisstrafvan
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.