ECLI:NL:RBAMS:2016:3076
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen wrakingskamer bevestigd
Verzoekster heeft in een civiele procedure bij de rechtbank Amsterdam vorderingen ingesteld die bij vonnis zijn afgewezen. Vervolgens heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die het vonnis heeft gewezen, maar dit verzoek is door de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend.
Daarna heeft verzoekster een nieuw wrakingsverzoek ingediend, ditmaal gericht tegen de wrakingskamer zelf die de eerdere beslissing nam. Dit verzoek werd ingediend nadat de wrakingskamer al een einduitspraak had gedaan, waardoor ook dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat er geen aanleiding is voor een mondelinge behandeling, omdat het recht op hoor en wederhoor alleen geldt voor de beoordeling van de gegrondheid van het verzoek, en niet voor ontvankelijkheidskwesties. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de wrakingskamer is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.