ECLI:NL:RBAMS:2016:3072

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 februari 2016
Publicatiedatum
24 mei 2016
Zaaknummer
CV EXPL 15-34550
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 EEX-VerordeningArt. 7 lid 1 EEX-VerordeningEG Verordening 1393/2007EEX-Verordening nr. 1215/2012
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter en betekening in incassozaken creditcardvordering

In deze civiele zaak vordert International Card Services B.V. (ICS) betaling van een openstaand bedrag en afgifte van een creditcard van twee niet verschenen gedaagden zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank constateert dat ICS de vereiste certificaten van betekening conform EG Verordening 1393/2007 niet heeft overgelegd, waardoor niet is aangetoond dat de dagvaardingen rechtsgeldig zijn betekend. Tevens heeft ICS niet toegelicht op welke grond zij de Nederlandse rechter bevoegd acht om van de vordering kennis te nemen.

De rechtbank verwijst de zaak naar een rolzitting op 17 maart 2016 om ICS de gelegenheid te geven alsnog de ontbrekende certificaten en een nadere bevoegdheidsmotivering in te dienen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter A.W.J. Ros en uitgesproken in een openbare terechtzitting te Amsterdam op 18 februari 2016.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor overlegging van ontbrekende betekeningcertificaten en bevoegdheidsmotivering.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 4662844 CV EXPL 15-34550
vonnis van: 18 februari 2016
fno.: 609
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
International Card Services B.V.
gevestigd te Amsterdam
eiseres
nader te noemen: ICS
gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn
t e g e n

1.[gedaagde sub 1]

zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen Nederland, daarbuiten wonende te [woonplaats] ( [land] )
gedaagde sub 1
nader te noemen: [gedaagde sub 1]
niet verschenen

2.[gedaagde sub 2]

zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen Nederland, daarbuiten wonende te [woonplaats] ( [land] )
gedaagde sub 2
nader te noemen: [gedaagde sub 2]
niet verschenen
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Bij exploten van dagvaarding van 5 oktober 2015 heeft ICS gevorderd om [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot (i) betaling van € 4.064,57, te vermeerderen met rente, en (ii) afgifte van een creditcard, één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Betekening
In de dagvaardingen van 5 oktober 2015 staat dat ICS conform EG Verordening 1393/2007 (hierna: de Verordening) de ontvangende instantie te Hassalt heeft verzocht de dagvaardingen aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te betekenen.
Ingevolge artikel 10 van Pro de Verordening dient een certificaat betreffende de voltooiing van de handelingen tot betekening of kennisgeving van het stuk te worden opgesteld, welke wordt toegezonden aan de verzendende instantie. ICS heeft deze certificaten niet overgelegd.
ICS zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld.
De zaak wordt verwezen naar de rol van donderdag 17 maart 2016 te 10.00 uur voor overlegging door ICS van de certificaten als bedoeld in artikel 10 van Pro de EG Verordening 1393/2007.
Bevoegdheid
ICS heeft in de dagvaardingen niet vermeld op grond waarvan zij meent dat de Nederlandse rechter, in het bijzonder de kantonrechter te Amsterdam, bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
ICS zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld.
De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rolzitting van donderdag 17 maart 2016 te 10.00 uur.
Overige
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
BESLISSING
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 17 maart 2016 te 10.00 uur voor
a. het indienen door ICS van de certificaten als bedoeld in artikel 10 van Pro de Verordening en
b. het nemen van een akte door ICS als hiervoor onder het kopje
Bevoegdheidis overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.