ECLI:NL:RBAMS:2016:1664

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 maart 2016
Publicatiedatum
25 maart 2016
Zaaknummer
HA RK 108.2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:19 lid 1 AwbArt. 8:20 lid 2 AwbArt. 8:20 lid 3 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens persoonlijke bekendheid met eiseres

Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend door een bestuursrechter die betrokken was bij een bestuursrechtelijke procedure. Tijdens de voorbereiding van de zitting bleek dat de rechter eiseres persoonlijk kende, wat haar belemmerde om onpartijdig te oordelen.

De rechter heeft dit ter zitting kenbaar gemaakt en het verzoek tot verschoning ingediend. De rechtbank heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling beoordeeld, conform artikel 8:19 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en heeft geoordeeld dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is.

Op grond van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak en de persoonlijke bekendheid met eiseres werd het verzoek toegewezen. De procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verzoek tot verschoning. Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens persoonlijke bekendheid met eiseres, procedure wordt voortgezet zonder deze rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op de onder rekestnummer C/13/604572 HA RK 108.2016 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door:
Mr. S.E. REICHERT, bestuursrechter in de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1
Bij de rechtbank Amsterdam, afdeling Publiekrecht, team bestuurszaken is onder [zaaknummer] een zaak aanhangig.
1.2
Op 16 maart 2016 heeft een zitting plaatsgevonden waarop voormelde zaak is behandeld door de rechter.
1.3
Van de behandeling ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt waaruit blijkt dat de rechter partijen heeft medegedeeld dat zij zich wenst te verschonen waarna de behandeling is geschorst.

2.Het verzoek

Aan het verzoek wordt het volgende ten grondslag gelegd. De zaak onder zaaknummer AMS 16/166 is geregistreerd door de rechtbank op naam van een andere partij. Bij de voorbereiding van de zitting is gebleken dat die partij ten onrechte als
eiseres is aangemerkt. Het beroep is ingesteld namens een andere eiseres. Na confrontatie met eiseres ter zitting heeft de rechter haar herkend als iemand die zij kent. Na beraad heeft de rechter partijen meegedeeld dat zij zich wenst te verschonen, omdat zij zich niet vrij voelt om over deze zaak te oordelen.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van het bepaalde in artikel 8 : 19 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 8: 15 Awb genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Uit voormeld artikel valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter.
3.3
Nu de rechter ter zitting heeft aangegeven zich niet meer vrij te voelen de zaak te behandelen, omdat zij eiseres, naar de rechtbank begrijpt, persoonlijk kent, en voorts mede gelet op aanbeveling 2 van de Leidraad onpartijdigheid en nevenfuncties in de rechtspraak, wordt het verzoek toegewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
 wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot verschoning;
 beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8 : 20 lid 2 Awb wordt toegezonden aan:
 aan partijen in de hoofdprocedure via hun de gemachtigden;
 de rechter.
Aldus gewezen door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.J. Dondorp en M.G. Tarlavski-Reurslag, leden, op 22 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 8:20 lid 3 AWB Pro geen voorziening open.