Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
Bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Bijlage II, kan worden opgemaakt dat het geldbedrag dat [Holding 1 BV] van de notaris heeft ontvangen na de transactie met [ontwikkelingsbedrijf BV] op 1 juli 2008, in zijn geheel als omzet is geboekt. Reeds op 2 juli 2008 is dit kennelijk fout gegaan, nu in het door [medewerker 1] aan verdachte gemailde overzicht van de financiën van [Holding 1 BV] , geen post ‘te betalen omzetbelasting’, of een vergelijkbare post, is opgenomen. De door [Holding 1 BV] ontvangen omzetbelasting zal vermoedelijk om die reden niet in de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 2008 zijn opgenomen.
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden of zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard.
Bijlage IIweergegeven bewijsmiddelen kan voorts worden vastgesteld dat verdachte zich had moeten realiseren dat hij maatregelen moest nemen om te zorgen dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 2008 correct zou worden gedaan, door die aangifte omzetbelasting nauwkeurig te controleren. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder dat verdachte zich reeds op 2 juli 2008, naar aanleiding van het door [medewerker 1] naar hem gestuurde overzicht van de financiën van [Holding 1 BV] , had moeten realiseren dat er mogelijk iets fout was gegaan of zou gaan in de administratie van [Holding 1 BV] . Immers had hem op dat moment – slechts enkele dagen nadat hij de akte van levering en nota van afrekening met betrekking tot de transactie met [ontwikkelingsbedrijf BV] onder ogen had gekregen – moeten opvallen dat er door [medewerker 1] geen reservering was gemaakt voor te betalen omzetbelasting. Uit de verklaring van verdachte blijkt bovendien dat transacties, waarbij door [Holding 1 BV] BTW in rekening werd gebracht, niet of nauwelijks voorkwamen. Hij had daarom extra alert moeten zijn op de correcte verwerking van deze transactie, zeker omdat er in die periode meerdere personeelswisselingen waren op de control-afdeling van [Holding 1 BV] . Op het moment dat de aangifte omzetbelasting aan verdachte werd voorgelegd ter controle, was er zelfs geen controller aanwezig op de control-afdeling; alleen [getuige 1] , de assistent-controller, was toen voor de Nederlandse tak van [Holding 1 BV] werkzaam. Gelet op het bijzondere karakter van de transactie met [ontwikkelingsbedrijf BV] en de aanwijzingen die verdachte al eerder gehad moet hebben gehad dat deze transactie niet goed was verwerkt in de administratie van [Holding 1 BV] , mocht verdachte er op dat moment niet van uitgaan dat de aan hem voorgelegde aangifte omzetbelasting correct was. Er is niet gebleken dat verdachte enige maatregel heeft genomen om te voorkomen dat een onjuiste aangifte opgesteld en ingediend zou worden. Gelet op het voorgaande was hij daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden. Door deze aangifte bovendien evenmin zelf nauwkeurig te controleren, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de verboden gedraging zich zou voordoen en dus voorwaardelijk opzet op de ten laste gelegde feiten gehad. Er kan dan ook worden bewezen dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de ten laste gelegde gedragingen.
5.Bewezenverklaring
Bijlage IIvervatte bewijsmiddelen en de in
rubriek 4.3.vervatte bewijsoverwegingen het onder
1 primairten laste gelegde bewezen, te weten dat verdachte:
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
2ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
1 primairten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Feitelijk leidinggeven aan opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, en
Feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon.
[verdachte], daarvoor strafbaar.
20 (twintig) maanden.
groot 8 (acht) maanden,van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.