Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
J. Huber, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.M. Ravestijn, naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 oktober 2015 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van afpersing met een vuurwapen op circa 1 maart 2007. Verdachte zou met geweld en/of bedreiging een persoon hebben gedwongen een tas met een spelcomputer af te geven. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan wegens ontbrekende stukken en overschrijding van de redelijke termijn, wat door de rechtbank werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het opzet van de dader gericht was op het verkrijgen van geld, niet op de spelcomputer. De dader vroeg expliciet om geld, maar kreeg dat niet; de tas met de spelcomputer werd niet als doelwit gezien. Omdat verdachte geen geld heeft verkregen, is er mogelijk sprake van een onvoltooid delict, terwijl het ten laste gelegde een voltooid delict betrof.
De rechtbank achtte het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering, aangezien geen straf of maatregel werd opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het ten laste gelegde voltooid delict niet bewezen is.