Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 oktober 2013 met producties,
- de akte houdende uitlating domiciliekeuze, tevens akte inbreng producties van [eiseres],
- de incidentele conclusie houdende exceptie onbevoegdheid en exceptie niet-ontvankelijkheid met een productie,
- de conclusie van antwoord in het incident tevens houdende akte wijziging eis met producties,
- de akte uitlating producties van GDG c.s.,
- het vonnis in het incident van 5 maart 2014,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties,
- het tussenvonnis van 25 juni 2014 waarin een comparitie van partijen is bepaald,
- het proces-verbaal van comparitie van 5 september 2014 en de daarin genoemde stukken,
- de brief van 6 januari 2015 van mr. Bavelaar, met bijlagen,
- de reactie van 6 januari 2015 van mr. Van Zelm
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
6.422,00(2 punten × tarief € 3.211,00)