ECLI:NL:RBAMS:2015:8760

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2015
Publicatiedatum
9 december 2015
Zaaknummer
CV 15-30668
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 RvArt. 47 RvArt. 121 lid 3 RvArt. 117 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing voor herstelexploot wegens onjuiste betekening dagvaarding

In deze civiele zaak vordert eiser tegen een gedaagde zonder bekende woonplaats. De dagvaarding is op 6 augustus 2015 uitgebracht door achterlating in de gezamenlijke brievenbus van de rechtbank en het parket van de Officier van Justitie, met een onvolledige adressering. Hierdoor is de dagvaarding niet correct betekend.

De kantonrechter oordeelt dat de deurwaarder had moeten vermelden dat het exploot bestemd was voor het parket, aangezien het parket geen eigen brievenbus heeft. Het ontbreken van deze specificatie leidt tot een onjuiste betekening, waarvoor het risico bij eiser ligt.

Omdat het een openbare dagvaarding betreft, wordt artikel 121 lid 3 RV Pro buiten toepassing gelaten en krijgt eiser de gelegenheid om het verzuim te herstellen door een herstelexploot uit te brengen. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 8 maart 2016 voor indiening van dit herstelexploot. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rolzitting van 8 maart 2016 voor het indienen van een herstelexploot wegens onjuiste betekening.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

Kenmerk : CV 15-30668
Datum : 1 december 2015

178

Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:

[eiser]

wonende te [plaats]
eiser
gemachtigde: mr. P.B. Klingenberg
t e g e n:

[gedaagden]

zonder bekende woon- en verblijfplaats binnen Nederland of daarbuiten
gedaagden
niet verschenen

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:
- een dagvaarding van 6 augustus 2015 inhoudende de vordering van eiser.
Gedaagde is op die dagvaarding niet verschenen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De dagvaarding is conform het bepaalde in artikel 54 RV Pro uitgebracht aan het parket van de Officier van Justitie alhier, door achterlating ervan in een gesloten enveloppe in de brievenbus van het gebouw Parnassusweg 220, hetgeen het adres is zowel van de rechtbank Amsterdam als van het parket van de Officier van Justitie.
De bovengenoemde enveloppe was geadresseerd: [gedaagden] , p/a Parnassusweg 220, Amsterdam. De dagvaarding is door de postkamer van de rechtbank opgevat als een dagvaarding bestemd voor de afdeling privaatrecht (kanton) van de rechtbank en niet doorgeleid naar het parket van de Officier van Justitie. De dagvaarding is daarmee niet juist betekend.
Hoewel in de praktijk niet gebruikelijk maken de bewoordingen van artikel 54 lid 2 het Pro de deurwaarder mogelijk om de dagvaarding buiten kantooruren te bezorgen, in het onderhavige geval in de gezamenlijke brievenbus van rechtbank en parket. Op grond van artikel 47 lid 2 RV Pro dient op de enveloppe de naam en de woonplaats te worden vermeld van degene voor wie het exploot, in dit geval een dagvaarding, is bestemd. Anders dan in gevallen van een bekende woonplaats komt in het onderhavige geval het parket van de Officier van Justitie in de plaats van de woonplaats van gedaagde. Aangezien het parket bij de rechtbank Amsterdam echter geen eigen brievenbus heeft, maar deze deelt met de diverse afdelingen van de rechtbank, moet de hierboven weergegeven adressering op de gesloten enveloppe als onvolledig worden aangemerkt. Van de deurwaarder, bij wie het bovenstaande bekend mag worden verondersteld, had verwacht mogen worden dat hij bij de adressering tevens had vermeld dat de zending bestemd was voor het parket van de Officier van Justitie, nu dit uit de dagvaarding zelf niet eenduidig blijkt.
Geoordeeld wordt mitsdien dat met eerder genoemde wijze van adresseren de uitbrengende deurwaarder de dagvaarding niet naar behoren heeft uitgebracht, waardoor de omstandigheid dat de dagvaarding door het personeel van de rechtbank niet is doorgeleid naar het parket van de Officier van Justitie voor risico van eiser komt.
Nu het hier gaat om een openbare dagvaarding laat de kantonrechter artikel 121 lid 3 RV Pro buiten toepassing. Dat betekent dat gelegenheid wordt geboden tot herstel van het verzuim. Eiser kan dit doen door gedaagde nogmaals bij exploot op te roepen, onder betekening van dit vonnis en onder verwijzing naar en aanhechting van de oorspronkelijke dagvaarding. Een uittreksel van dit exploot dient zo spoedig mogelijk in de Staatscourant te worden gepubliceerd. Eiser dient bij de indiening van het herstelexploot bewijs van deze publicatie bij te voegen.
Aangezien het de kantonrechter niet is toegestaan om ambtshalve toepassing te geven aan artikel 117 RV Pro wordt de zaak verwezen naar de rolzitting van 8 maart 2016 voor indiening van het herstelexploot.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:
draagt eiseres op om een herstelexploot uit te brengen en in te dienen als hierboven omschreven;
verwijst daartoe de zaak naar de openbare civiele terechtzitting van 8 maart 2016 te 10:00 uur;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier
De kantonrechter