Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2015 in de zaak tussen
[de man] , te Amsterdam, eiser
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, bekend met lichamelijke beperkingen, heeft meerdere keren een indicatie voor persoonlijke verzorging klasse 2 aangevraagd en daarop besluiten van verweerder ontvangen, waarbij de geldigheidsduur van de indicatie werd bekort of aanvragen werden afgewezen. De rechtbank heeft de zaken samengevoegd behandeld.
De rechtbank oordeelt dat eiser procesbelang heeft bij het beroep tegen het bestreden besluit I, ondanks dat dit betrekking heeft op een afgesloten periode. De rechtbank verwerpt het beroep op strijd met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel en bevestigt dat behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet voorliggend is, waardoor geen AWBZ-indicatie toekomt.
Ten aanzien van het bestreden besluit II verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, mede omdat het besluit later is ingetrokken. Voor het bestreden besluit III stelt de rechtbank vast dat eiser ontvankelijk is en dat het medisch advies waarop het besluit is gebaseerd zorgvuldig is, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de zorgperiode is beperkt tot 31 juli 2014, terwijl de fysiotherapeut aangeeft dat behandeling langer kan duren.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het bestreden besluit III gegrond, vernietigt dit besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit III wordt gegrond verklaard en vernietigd; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.