Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.De beoordeling
€ 223.000,- aan de man uit te betalen. De vrouw heeft vervolgens gesteld dat het door de man recent opgestelde taxatierapport, waarvan zij de inhoud niet kent, als basis voor de waardering dient te worden genomen. Zij vermoedt dat in dit rapport een lagere waarde is vermeld omdat de huizenprijzen gedaald zijn. De man heeft zich bereid verklaard akkoord te gaan dat de woning en de garage voor een waarde van € 450.000,- aan de vrouw worden toegedeeld, en als de vrouw hiermee niet instemt hij voor dit bedrag de woning en de garage toegedeeld wil krijgen.
€ 20.000,- waard is – neer op een waarde van € 430.000,- voor het huis. Deze waarde is
€ 16.000,- lager dan de waarde die de vrouw een jaar geleden genoemd heeft in haar inleidend verzoekschrift. Als de stelling van de vrouw gevolgd wordt dat de huizenprijzen in [plaats] het afgelopen jaar gedaald zijn al juist is, dan is dit in het door de man genoemde bedrag voor de woning en de garage naar het oordeel van de rechtbank verdisconteerd en de rechtbank acht
€ 430.000,- dan ook een reële waarde. Voor het overleggen van het taxatierapport door de man, danwel een nieuwe taxatie acht de rechtbank geen noodzaak aanwezig. Dit betekent dat de vrouw ten opzichte van de man wordt overbedeeld met een bedrag van € 225.000,-. De rechtbank zal bij eindbeschikking aldus beslissen.
(€ 3.801,- en € 25.235,-). Aan de vrouw wordt toegedeeld het saldo op de rekeningen met nummer ING 24.56.340 met een waarde op peildatum van € 5.252,- en ING[nummer] met een waarde op peildatum van € 973,-. Dit betekent dat de man is overbedeeld met een bedrag van € 11.405,50, welk bedrag hij aan de vrouw dient te voldoen. De rechtbank zal bij eindbeschikking aldus beslissen.
€ 30.599,-. De man stelt dat hij deze bankrekening in eerste instantie per abuis vergeten is te melden en verzoekt het saldo aan hem toe te delen waar tegenover hij de vrouw wegens overbedeling de helft dient te vergoeden. De vrouw stelt dat de man dit saldo bewust heeft verzwegen en dat op grond van artikel 3: 194 lid BW het saldo volledig aan haar toekomt.
€ 652.509,17 is uitgaande van de hoor hem gehanteerde systematiek waarbij voor de tegenrekening een andere peildatum wordt aangehouden. De rechtbank zal gezien het voorgaande de vrouw volgen. Vorengaande betekent dat de effectenportefeuille als door partijen verzocht aan de man wordt toegedeeld, waartegenover de man is overbedeeld met een bedrag van afgerond € 337.293,-. De rechtbank zal bij eindbeschikking aldus beslissen.
€ 270.000,- (€ 140.000,- en € 130.000,-). De door de vrouw verzochte toedeling van de schulden aan de man kan niet, nu schulden geen goederen zijn en niet toegedeeld kunnen worden. De rechtbank kan wel bepalen dat de man volledig draagplichtig is voor deze schulden, waartegenover de vrouw is overbedeeld met een bedrag van € 135.000,-. De rechtbank zal bij eindbeschikking aldus beslissen.
–na wijziging van haar aanvankelijk verzoek
–te bepalen dat de man een uitkering in haar levensonderhoud zal voldoen ten bedrage van € 2.500,- netto per maand, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en ingangsdatum.
4.De beslissing
echtscheidinguit tussen partijen, gehuwd te [plaats] op [datum];
28 april 2015;
)uit te laten over het navolgende: