ECLI:NL:RBAMS:2015:7578
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering wegens meerinkomen studiefinanciering niet onterecht opgelegd
Eiser ontving in 2012 studiefinanciering en een studentenreisproduct, en had daarnaast inkomsten uit arbeid. De DUO stelde vast dat eiser meerinkomen had boven de bijverdiengrens van €13.362,53, leidend tot een vordering van €4.892,45. Eiser betoogde dat DUO tekort was geschoten in de communicatie over de rentedragende lening en dat de inkomsten in de leenfase niet als basis voor terugvordering konden dienen.
De rechtbank oordeelde dat de rentedragende lening ook studiefinanciering is en dat de bijverdienregels onverkort van toepassing zijn, ook in de leenfase. De DUO hoefde eiser niet persoonlijk te informeren, omdat studieleningen niet onder de Wet financieel toezicht vallen. De wettelijke systematiek laat geen ruimte voor een terugvordering alleen over de periode waarin de bijverdiengrens werd overschreden.
De rechtbank wees het beroep af en vond geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule. Eiser had zich moeten informeren over de regels en draagt het risico van zijn onwetendheid. De vordering van €4.892,45 is terecht opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vordering wegens meerinkomen van €4.892,45.