ECLI:NL:RBAMS:2015:7281
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende verwijtbaar handelen werknemer bij ziekte en re-integratie
Teico Service B.V. verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar werknemer, die sinds april 2014 arbeidsongeschikt is. De werkgever stelde dat de werknemer verwijtbaar had gehandeld door hardnekkig te weigeren te re-integreren, ondanks benutbare mogelijkheden, en dat de arbeidsverhouding verstoord was. De werknemer betwistte dit en verzocht bij ontbinding om een billijke vergoeding.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer vanwege ziekte een opzegverbod genoot en dat het verzoek verband hield met haar ziekte. Een deskundigenoordeel bevestigde dat het door de werkgever aangeboden werk niet passend was, waardoor de werknemer niet kon worden verweten niet te zijn begonnen met re-integratie. Hoewel de werknemer tekort was geschoten in communicatie en het aanvankelijk niet ondertekenen van een medische machtiging, was dit onvoldoende voor verwijtbaar handelen.
Ook het subsidiaire verweer van een verstoorde arbeidsverhouding faalde, omdat de werknemer de verstoring had aangekaart en spoedig een gesprek had gevoerd met de werkgever. De kantonrechter concludeerde dat er geen redelijke grond voor ontbinding bestond en wees het verzoek af. Teico werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van verwijtbaar handelen en het geldende opzegverbod bij ziekte.