Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Verloop van de procedure
- Het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van verzoekster d.d. 5 juli 2015, ingekomen op 7 juli 2015.
- De schriftelijke reactie van de rechter d.d. 17 augustus 2015.
Rechtbank Amsterdam
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen kantonrechter P. van der Kolk-Nunes vanwege haar handelen en houding tijdens een comparitie op 18 februari 2015 in een civiele bodemprocedure over woningvervuiling.
Het wrakingsverzoek werd pas op 5 juli 2015 ingediend, terwijl de wet voorschrijft dat een dergelijk verzoek direct na de comparitie of na ontvangst van het proces-verbaal moet worden ingediend. Hierdoor werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast oordeelde de wrakingskamer dat, indien het verzoek tijdig was ingediend, het verzoek ongegrond zou zijn geweest. De rechter had zich niet partijdig getoond noch de schijn daarvan gewekt. Ook werd het gedrag van de rechter, waaronder het sturend optreden en het oordeel over de haalbaarheid van vorderingen, binnen haar rol als rechter geacht.
De wrakingskamer benadrukte dat irritaties tijdens de comparitie niet automatisch leiden tot vooringenomenheid. Het verzoek werd derhalve afgewezen en de beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en ongegrond bevonden bij tijdige indiening.